ArchiefArtikelenZoeken
01.02.03

Geografisch analfabetisme wereldwijd verbreid

Door: Virginie Mamadouh

Ondanks de dreigende oorlog weet slechts 13 procent van de jonge Amerikanen waar Irak ligt op de kaart van het Midden-Oosten en Azië. Met Israël of Afghanistan, waar Amerikanen net hebben gevochten, is het niet beter gesteld. Erger nog, de helft van de respondenten kan de staat New York, de op twee na grootste van de VS, niet vinden op een kaart van de Verenigde Staten, en 11 procent kan de VS niet aanwijzen op een wereldkaart! De Amerikanen zijn niet de enige ’geo-analfabeten’, zo blijkt uit een wereldwijd onderzoek onder jongeren van 18 tot 24 jaar.

De enquête werd uitgevoerd in opdracht van de National Geographic Society, bekend van het tijdschrift National Geographic Magazine en televisiezender National Geographic Channel. Het genootschap is erg begaan met aardrijkskundeonderwijs en presenteerde in november de resultaten van de Mondiale Geografische Geletterdheid Enquête. Die werd halverwege 2002 in negen landen gehouden: de VS, Canada, Mexico, Frankrijk, Duitsland, Italië, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Japan.
De enquête bevatte achtergrondvragen en vragen die de geografische ’geletterdheid’ probeerden te meten: kaartkennis en geografische kennis die je nodig hebt om de wereldactualiteit te kunnen volgen. Gelukkig werd geografie niet gelijkgesteld met topografie, al hadden 39 van de in totaal 56 vragen wel betrekking op het vinden van landen op kaarten.

Onvoldoende
Over het algemeen is het slecht gesteld met de geografisch kennis onder jongeren, maar er bestaan grote verschillen tussen landen. Van de 56 antwoorden wisten de Zweedse respondenten er gemiddeld 40, terwijl de Mexicanen niet verder kwamen dan 21. De Amerikanen deden het nét iets beter, maar het bleef een dikke onvoldoende. Duitsers en Italianen presteerden net iets minder dan de Zweden, gevolgd door de Fransen en de Japanners. De scores van de Britten lagen dichter bij die van de Noord-Amerikanen dan die van de overige Europeanen (figuur 1).

Wereldoriëntatie
Elf wereldoriëntatievragen gingen over bevolking, klimaat, economie, volksgezondheid, politiek, wereldgodsdiensten en veiligheid. Er waren negen meerkeuzevragen en twee open vragen die vaak niet goed werden beantwoord. Laten we eens kijken naar de items die Europa direct aangaan.
Er werd bijvoorbeeld gevraagd welke godsdienst de meeste volgelingen had: christendom, islam, jodendom, boeddhisme of hindoeïsme? Terwijl 92 procent van de Mexicanen en 73 procent van de Italianen het christendom noemden, toonden de respondenten van andere landen zich minder kundig op dit punt. Opvallend is de slechte score van Zweden, Duitsers en Fransen: de meerderheid gaf een fout antwoord. Dit contrasteert met de resultaten bij andere vragen. Zou er een patroon te ontdekken zijn in de foute antwoorden; is er bijvoorbeeld misschien sprake van een systematische overschatting van de islam? Het rapport zegt er helaas niets over.
Een andere vraag betrof de omvang van de bevolking in eigen land en in de VS. Een meerderheid wist de omvang van de eigen bevolking juist in te schatten, behalve de Mexicanen en de Amerikanen (waarvan slechts een kwart correct antwoordde). Vele Amerikanen schatten de bevolking van de VS veel te groot, 30 procent koos zelfs het antwoord ??-2 miljard inwoners’ terwijl het er in werkelijkheid 280 miljoen zijn: over zelfoverschatting gesproken! Respondenten uit andere landen wisten het allemaal beter in te schatten (55 procent van de Zweden zat goed).
De jongeren werden ook gevraagd vier staten te noemen die officieel kernwapens hebben. Dit was een open vraag. In Duitsland en Zweden wist 36 procent van de respondenten vier goede namen noemen, tegenover 4 procent in Mexico. De Verenigde Staten werden het vaakst genoemd als kernmogendheid (het meest door de Fransen, 96 procent, en het minst door de Britten, 75 procent), Rusland wat minder. Andere kernmogendheden zijn veel minder bekend; met name Frankrijk en Groot-Brittannië worden minder vaak genoemd dan China, India en Pakistan. Bijna een kwart van de Fransen noemde hun eigen land niet en bij de Britten was dat maar liefst 82 procent!
Verder werd gevraagd welke organisatie de euro heeft geïntroduceerd. Men kon kiezen uit de Wereldhandelsorganisatie, Navo, EU, Opec of Nafta. Alleen in de VS wist de meerderheid het niet (56 procent foute antwoorden, tegenover 36 procent in Mexico). Logischerwijze scoorden Europeanen hier beter, al wist 7 procent van de Duitsers en Zweden, 9 procent van de Fransen en Italianen, en 10 procent van de Britten het juiste antwoord niet. Duitsers, Fransen en Italianen hebben euro’s in hun portemonnee maar weten blijkbaar niet allemaal dat het met de Europese Unie te maken heeft – terwijl de publiciteitscampagne rond de invoering van de euro toch net achter de rug is. Jammer dat we niet weten wat de (foute) antwoorden waren!

Kaartlezen
Voor twee vragen moesten de respondenten de wegenkaart van een denkbeeldig gebied met tien steden bekijken en aangeven welke stad het westelijkst lag en in welke richting je moest rijden om van stad A naar stad B te gaan (figuur 2). De meerderheid redde zich wel, maar in Mexico werden die vragen slecht beantwoord. De onderzoekers brengen dat in verband met het feit dat Mexicaanse jongeren zelden auto rijden en deze vaardigheid daardoor minder ontwikkelen dan in rijke landen.
Topografie vormde de hoofdmoot van de vragenlijst. Respondenten moesten twaalf landen op een kaart van Europa aanwijzen, elf landen op een kaart van het Midden-Oosten en Azië en vijftien landen en de Stille Oceaan op een wereldkaart. Amerikaanse respondenten moesten ook nog tien Amerikaanse staten op een kaart van de VS aanwijzen.
Hoe staat het met de kennis de Europese kaart? Mexicanen beantwoordden hier gemiddeld twee van de twaalf vragen correct, Duitsers acht. De Italiaanse laars werd het beste herkend, behalve door de Britten die het eigen land toch vaker konden vinden (96 procent). De Fransen herkenden Italië en Frankrijk even vaak (96 procent). En Nederland? Dat scoorde het hoogst onder de Fransen (71 procent correcte antwoorden), gevolgd door de Duitsers (70 procent), de Italianen (64 procent) en daarna de Zweden (59 procent). Je staat er toch van te kijken dat een op de drie jonge Duitsers niet weet waar Nederland ligt en – nog erger – 69 procent van de Britten daar geen idee van heeft. Terwijl het toch onze westerburen zijn! Dat 8 procent van de Amerikanen en Mexicanen ons amper kon lokaliseren is veel minder verwonderlijk. Canadezen deden het nauwelijks beter (11 procent), Japanners weer wel (27 procent).
Met de bekendheid van Centraal- en Oost-Europese landen is het ronduit bedroevend gesteld, ook bij Europeanen. Alleen Polen scoorde vooral onder Duitsers en Zweden goed. Het allerslechtst scoorde Bulgarije onder Mexicanen, met 1 procent correcte antwoorden, een diepterecord in deze enquête.

Halszaak?
Je kunt je afvragen hoe ernstig zulke fouten zijn. Het is toch geen ramp als Mexicanen Roemenië en Bulgarije door elkaar halen, of Nederland en België. Doet geografische ongeletterdheid er eigenlijk wel toe? Voor een geograaf is het ondenkbaar dat iemand niet zou willen weten waar Japan ligt, voor een fanatieke atlaslezer is het zelfs onvoorstelbaar dat je niet benieuwd bent naar de locatie van de Banda-eilanden. Maar het doet toch een beetje denken aan de taalkundige die vindt dat iedereen minstens drie vreemde talen zou moeten leren en de arts die meent dat je iedere dag twee uur moet wandelen.
Veel mensen redden zich uitstekend zonder dat ze een kaart kunnen lezen, maar dat geldt ook voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven. Er is wel een maatschappelijk consensus over het idee dat kaartlezen en topografie basisvaardigheden zijn. Maar hoeveel geografische kennis heb je in het alledaagse leven nodig? En hoeveel meer om als burger de actualiteit in de landelijke en de internationale politiek goed te kunnen volgen? En hoe zorg je voor die geografische geletterdheid?

Onderwijs
Het rapport doet een voorzichtige poging de verschillen tussen respondenten en tussen landen te verklaren. Daarbij worden vooral individuele kenmerken in beschouwing genomen: gender, genoten onderwijs – aardrijkskundeonderwijs in het bijzonder, mediagebruik (met name internet), buitenlandse reiservaringen en kennis van buitenlandse talen. Mannen scoren beter dan vrouwen (behalve in Frankrijk), degenen die langer onderwijs hebben gevolgd doen het beter dan de anderen. Een cursus geografie helpt, maar niet bijster veel. Amerikanen die een cursus hadden gevolgd wisten gemiddeld acht plaatsen op de wereldkaart correct aan te wijzen, tegenover krap zeven onder degenen die nooit aan zo’n cursus hadden deelgenomen. Een abonnement op National Geographic Magazine leek meer effect te hebben, want lezers wisten gemiddeld tien antwoorden (het ging echter om een klein aantal mensen). Wat ook helpt is het gebruik van internet, reizen in het buitenland, vreemde talen spreken en nieuws volgen via verschillende media (tv, krant, radio, internet). In de VS werden ook iets oudere mensen geënquêteerd (25-34 jaar) en die deden het beter dan hun jongere landgenoten, wat lijkt te wijzen op invloed van de media. 34 procent van de Amerikanen kon vertellen dat Survivor (de Amerikaanse versie van Expeditie Robinson) in de Stille Zuidzee werd gefilmd. Maar pas op, dit is geen maatstaf voor de invloed van televisieseries, want de vraag was zodanig geformuleerd dat je de serie niet hoefde te kennen om een correct antwoord te geven. Zo werd erbij vermeld dat de serie gefilmd was ’op Nuku Hiva, een verre buur van Tahiti dat deel is van de Marquesas Eilanden’. Verder hoefde men alleen een van de vijf oceaannamen te kiezen en niet op een wereldkaart aan te wijzen waar de eilanden lagen. Dat zou vast minder goede resultaten hebben opgeleverd.
Het is vreemd dat het rapport nauwelijks aandacht besteedt aan onderwijssystemen en aardrijkskundeonderwijs in het bijzonder. De plaats van aardrijkskunde in het curriculum, de balans tussen fysische en sociale geografie (de eerste komt er bekaaid af in de enquête) en het belang van topografie in het curriculum verschillen immers van land tot land.

En wij?
Hoe zouden Nederlandse jongeren het doen? Zullen wij maar optimistisch zijn en veronderstellen dat Nederlanders het waarschijnlijk net zo goed zouden doen als de Duitsers en de Zweden, want die landen zijn het meest vergelijkbaar met Nederland wat betreft samenleving (sociaal-economisch, cultureel en politiek!) én wat betreft onderwijssysteem? Of rekenen we onszelf dan rijk? In 1988 heeft het Nipo in opdracht van de KNAG hier een soortgelijke enquête gehouden (Van der Schee & Beukenkamp 1988). Onze geografische kennis werd toen matig bevonden.
In de VS kon men een vergelijking maken met een eerdere enquête uit 1988: er bleek tussen 1988 en 2002 weinig veranderd. Topografische kennis was op hetzelfde niveau blijven steken; kaartlezen ging inmiddels beter. Wereldoriëntatievragen zijn moeilijk te vergelijken want zij veranderen met de actualiteit, maar de zelfoverschatting van de Amerikaanse jeugd was door de jaren heen niet veranderd (in 1988 dacht ook al 30 procent dat hun land 1-2 miljard mensen telde). Kernmogendheden in Oost en West waren in 1988 meer bekend dan die in de Derde Wereld. Opvallend was wel dat er nu veel meer respondenten een geografiecursus hadden gevolgd, maar dat geografische vaardigheden tegenwoordig minder belangrijk werden gevonden. Om te weten hoe het anno 2003 met Nederlanders gesteld is, zit er niets anders op dan de enquête hier nóg eens uit te voeren. •

Literatuur

  • Schee, J.A. van der & P.C. Beukenkamp 1988. Meer ruimte voor aardrijkskunde: Een onderzoek naar de aardrijkskundige kennis van de Nederlander. KNAG, Amsterdam.
  • National Geographic & RoperASW 2002. National Geographic – Roper 2002 Global Geographic Literacy Survey. National Geographic, Washington, DC.

Kader: Halszaak, of toch niet?
Geo-analfabetisme is blijkbaar niet zo’n handicap in het maatschappelijk verkeer. De Amerikaanse vice-president Dan Quayle (1989-1993) is beroemd om zijn onnozele uitlatingen, ook wat geografie aangaat. Lees en huiver…

  • ’I love California, I practically grew up in Phoenix.’
  • ’The global importance of the Middle East is that it keeps the Far East and the Near East from encroaching on each other.’
  • ’I was recently on a tour of Latin America, and the only regret I have was that I didn’t study Latin harder in school so I could converse with those people.’
  • ’Hawaii has always been a very pivotal role in the Pacific. It is IN the Pacific. It is a part of the United States that is an island that is right here.’

Quayle werd er publiekelijk mee geplaagd, maar zijn geo-analfabetisme bleek geen hindernis om een van de hoogste posten in het land te mogen bekleden.

 



Printversie