OnderwijsDe Glazen GlobeBekroonde boeken

Juryrapport winnaar Glazen Globe 2003



De prijs van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap voor het beste geografische jeugdboek is toegekend aan:

Henning Mankell: 'Gezichten in het vuur', uitgeverij Leopold,

Vertaald door Marjan G.Terpstra.

Oorspronkelijke titel: Eldens hemlighet

Het verhaal
Het verhaal speelt in Mozambique. De inleiding geeft een kort overzicht over de lotgevallen in deze voormalige Portugese kolonie, over de burgeroorlog na de onafhankelijkheid, de stromen vluchtelingen en de vele slachtoffers onder de burgerbevolking.
Dan start de eigenlijke roman met een spannend en aangrijpend verhaal.
Het is het ware verhaal van Sofia Alface, een meisje dat met haar moeder broertje en zusje en een paar andere overlevenden uit hun dorp vlucht naar familie elders.
Ze lopen zonder enige bezittingen door het dorre savannelandschap, komen aan zee en lopen verder naar het dorp van hun familie. Even hebben ze rust, maar ook daar breekt het geweld los; ze vluchten weer en komen uiteindelijk in een vluchtelingenkamp terecht. Ze moeten wel alert blijven en op de paden lopen want het land ligt bezaaid met landmijnen.
Ze leven daar van de opbrengst van een stukje grond dat ze zelf bewerken.Het leven lijkt wat rustiger, Sofia en haar zusje Maria willen graag naar school en doen dat, tussen het werk op het veld door. Er wordt dan een beeld geschetst van een typische school in Oost Afrika: 92 kinderen in een klas, met 4 leerlingen in een bank, geen boeken, geen schriften papier of pennen. De leerlingen moeten goed opletten en alles onthouden. En dat doen ze en ze genieten ervan. In het vluchtelingenkamp is een oudere man met een trapnaaimachine en Sofia geeft te kennen dat ze dat ook wil leren. Ze wil een jurk voor haar zusje Maria maken. Omdat ze geen stof heeft, steelt ze een laken en laat de oude heer daarvan een jurk voor Maria maken.
Ondanks alle ellende blijven het kinderen die rondrennen en spelletjes doen. De hechte band tussen de twee zusjes wordt prachtig beschreven; heel Afrikaans omdat Sofia, die de jongste is, zich voortdurend afvraagt of ze wel iets sneller kan doen dan haar oudere zusje aan wie ze toch wat eerbied verschuldigd is. Tijdens een soort blindemannetje loopt ze op een landmijn. Maria overleeft het niet en voor Sofia begint een lange weg van revalidatie omdat ze beide benen verliest.
Ver weg van de dorpse omgeving in het vluchtelingenkamp, moet ze naar het ziekenhuis in de stad, waar ook gebrek is aan van alles. Daarna gaat ze naar een soort leprakolonie waar ze ervaring hebben met krukken en protheses.
De beschrijvingen van de stad, de ervaringen in het ziekenhuis zijn krachtig. Der lezer komt onder de indruk van de levensenergie van Sofia.
Heimwee en verdriet laten Sofia echter niet los en ze gaat terug naar het dorp naar haar moeder en broertje. Haar moeder blijkt een nieuwe man te hebben die nogal gewelddadig optreedt en de invalide dochter niet accepteert.
Drank, werkeloosheid en een uitzichtloze situatie maken het leven in het dorp voor Sofia onhoudbaar is. Het enige dat erop zit is terug gaan naar de stad waar de arts woont die haar geholpen heeft en nu weer helpt. Ze mist in de stad haar familie enorm, de hutten en het kookvuur waarin ze, volgens de traditionele vertellingen, de gezichten kan zien van de overleden familieleden.
Ze heeft het geluk terecht te kunnen in een naaiatelier, waar ze ontdekt dat haar passie heeft.
Ze werkt zonder loon om te leren, maar ze vindt dat niet erg.
In de stad ziet ze ook voor het eerst stromend water, elektriciteit en andere moderne dingen.
Uiteindelijk komt de oude heer uit het vluchtelingendorp haar vertellen dat ze zijn hut met naaimachine kan krijgen zodra hij en zijn vrouw naar hun geboortedorp teruggaan.
Dat gebeurt en haar moeder, die weer alleen is nadat haar nieuwe man in de gevangenis beland is, komt haar halen.

Waarom gaat de Glazen Globe naar “Gezichten in het vuur?
Het is een indringend verhaal, heel realistisch en toch niet dramatisch.Het gaat ook over sterke mensen, en sterke kinderen, die steeds weer de moed vinden om verder te gaan.
Ondanks alle heftige gebeurtenissen krijg je geen medelijden met Sofia, ze dwingt respect af en waardering voor haar enorme wilskracht en levenslust.
Het hele boek ademt een typisch Afrikaanse sfeer: de mythische vertellingen van de oude vrouw in het dorp die Sofia leert hoe ze de toekomst en het verleden in de vlammen van een vuur kan zien en het verhaal van de tocht op een open vrachtwagen. Ook de beschrijving van de stad die na een tropische regenbui in een grote modderpoel verandert, de eeuwige angst voor rebellen, de bewoning op het kerkhof en de man die buiten voor de hut op een naaimachine kleding maakt geven een realistisch beeld van Mozambique. Net als de knappe
beschrijvingen van een Afrikaans ziekenhuis met bedden zonder matrassen, mensen die op een lap katoen liggen en doktoren die te weinig medicijnen hebben.

Het geeft een realistische beschrijving van het leven in het armste land van Afrika, met kinderen die bijna bekneld raken tussen onwetendheid en leergierigheid en voor wie de school een vrijwel onbereikbaar ideaal is. De verwoestende oorlogssituatie in dit straatarme land treft juist de burgerbevolking waardoor de zinloosheid van al dat geweld en die oorlog keihard naar voren komt.
Maar het is ook een beschrijving van kinderen die opgroeien met de oude traditionele verhalen en wijsheden en die juist daaraan veel kracht ontlenen.
Daardoor is het een wonderlijke mengeling van oud en nieuw, van een vreemde westerse en christelijke cultuur en de eigen oeroude stamcultuur. De tribale samenleving die door de vluchtelingenstroom en de trek naar de steden ten onder lijkt te gaan, is zeer sterk en zit blijkbaar bij iedereen in de vezels en duikt overal weer op.
Sofia wint omdat ze haar passie vindt en leven kan; en dat is de kracht van alle tijden en alle plaatsen, waardoor ze ook een gewoon meisje wordt en het verhaal dicht op de huid zit.
Gezichten in het vuur is niet poëtisch geschreven; de korte zinnen dragen bij aan de uitstraling van de hardheid van het leven in Mozambique. Maar er wordt ook in prachtige beelden gesproken: de ondertiteling geeft dat al aan:”in het vuur leven onze herinneringen” en de beeldspraak dat deze vluchtelingen, “een mand op hun hoofd dragen vol verdriet”

Een sterk verhaal, indringend geschreven wat door de sfeer een prachtig beeld geeft van het leven van kinderen in Mozambique.

De Jury van de Glazen Globe:
Jet Boeke,
Trudy Elsenaar
Ans Meens
Ursula van der Tak
Marca Wolfersberger.