KNAGOnderscheidingenDe Veth-medaille
Dr. Leon Vankan met de zojuist aan hem overhandigde Veth-medaille.

De Veth-medaille



De Veth-medailles - in zilver en brons - zijn veel later ingesteld dan de Plancius-medailles, namelijk bij het 80-jarig bestaan van het KNAG in 1953. Deze medailles zijn bestemd voor personen die zich onderscheiden door bijzondere prestaties op het gebied van de aardrijkskundige wetenschappen. In tegenstelling tot de Plancius-medailles worden de Veth-medailles hoofdzakelijk uitgereikt aan personen, die zich ook binnen het KNAG verdienstelijk hebben gemaakt. De Veth-medaille is vernoemd naar prof. dr. Pieter Johannes Veth (1814-1895), de eerste voorzitter van het Aardrijkskundig Genootschap (1873-1884). Hij was indoloog, verbonden aan het Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden en onder meer de auteur van het gezaghebbende werk: Java, geografisch, etnologisch, historisch. Veth zette zich in voor de toename van de geografische kennis van onze toenmalige koloniën, en met name voor de uitrusting van expedities. Hij nam het initiatief voor de oprichting van het Tijdschrift van het KNAG. Bij zijn terugtreden als voorzitter wordt Veth benoemd tot erelid van het genootschap. Na zijn overlijden wordt als eerbetoon zijn naam verbonden aan het Veth-fonds, ingesteld om gelden te verzamelen voor het uitvoeren van andere expedities van het genootschap.

Toekenning zilveren Veth-medaille voor het gehele wetenschappelijke oevre:
1959 L.D. Brongersma
1962 Ernst Crone 
1971 prof. dr. A.J. Pannekoek

Toekenning bronzen Veth-medaille
1957 dr. C.C. Egeler en dr. T. De Booy
1963 prof. W.E. Boerman
1963 dhr. J. Schokkenkamp
1970 dhr. R. Schrader
1998 drs. Johan Borchert
2000 dr. Ben de Pater
2002 dr. A.T. van Holten
2003 drs. P.C. Beukenkamp
2005 dr. L.J.A.E. Vankan