OnderwijsKNAG-ActiviteitenDe Glazen GlobeBekroonde boeken

Juryrapport Glazen Globe 1991/1992



Van Elizabeth Laird
Vertaling door Virgi Smits
Uitgegeven door Uitgeverij H. Elzinga

Het verhaal
Wij zijn Koerdistan beschrijft het leven van een Koerdische familie ten tijde van de oorlog Iran-Irak.
De hoofdpersoon, Tara, een meisje van ongeveer 13 jaar, ziet haar comfortabele leventje in Suleimanyia, een stad dicht aan de Iraanse grens, wreed verstoord als zij geconfronteerd wordt met het optreden van de (geheime) politie en het leger tegen de Koerden. De familie vlucht naar de bergen, maar ook daar wordt het leven bedreigd door bombardementen. Ze vluchten de grens over naar Iran , het land waar Irak mee in oorlog is. Ondanks dat blijken er vrij veel Koerden naar Iran gevlucht te zijn. Ze komen terecht in overvolle vluchtelingenkampen. Haar oudere broer kan daar niet aarden en gaat terug (als guerillastrijder) naar Koerdistan. Vervolgens worden ze overgebracht naar de omgeving van Teheran, waar ze nog familie hebben. Daar kunnen ze echter ook niet blijven, en via München komen ze in Londen. Tara ziet met verbijstering haar ouders veranderen, haar vader, eens fabrieksdirecteur in Irak, kan zonder kennis van het Engels, alleen schoonmaker worden, en haar moeder kan zich met moeite redden. Maar het meest treurige vindt ze dat haar jongere zusje, die zich het snelste aanpast in hun nieuwe woonplaats, Koerdistan al bijna vergeten is. Zelf kan ze zich met moeite haar broer, van wie ze sporadisch iets horen, herinneren.

Geografisch
Wij zijn Koerdistan geeft een zeer helder beeld van de situatie in het door oorlog verscheurde gebied van het Midden Oosten op dat moment. De verschillen tussen het meer geseculariseerde Irak en het Shilitische Iran, en de verschillen tussen stad en platteland worden zeer duidelijk beschreven met voorbeelden waar jongeren zich iets bij voor kunnen stellen. Ook het landschap waar de reis doorheen gaat, wordt uitvoerig beschreven: de woeste bergen, het woestijngebied, en de verschillen in klimaat.
Het kaartje in het begin van het boek is erg informatief. Het geeft aan dat we met een gecompliceerde problematiek te maken hebben. Het gebied dat de Koerden als hun land rekenen strekt zich uit over vijf staten.
Het hele boek door komt naar voren dat Koerdistan geen zelfstandige staat is, waardoor de Koerden min of meer gedoemd zijn overal de positie van een minderheid in te nemen. Dat is ook het slot van het boek: "Wij zijn Koerdistan, jij en ik, en Baba en Daya en Hero. Het is gewoon waar wij zijn. Het volk van Koerdistan is Koerdistan, en dat kunnen ze ons niet afnemen ...."

Visueel
Het boek beantwoordt aan de eisen die aan een goed jeugdboek gesteld moeten worden. Moeilijke woorden en lange zinnen zijn vermeden. Een jeugdboek moet ook gewoon spannend zijn, met veel visuele beschrijvingen die maken dat de lezers het verhaal als een film aan zich voorbij zien gaan. Het effect daarvan is dat de boodschap blijft hangen. Daarin is de schrijfster zeer goed geslaagd. Het is immers niet gemakkelijk uit te leggen dat mensen vluchten naar een land waarmee ze officieel in oorlog zijn, en daar niet ontvangen worden als vijanden.
De schrijfster slaagt erin de positie van een volk te schetsen, dat overal als minderheid is, en dat vooral ernstig in de problemen raakt als het de eigen identiteit gaat zoeken.

Geloofwaardig en levensecht
Hoewel de uitzichtloosheid van de positie waarin vluchtelingen verkeren duidelijk geschetst wordt, is Wij zijn Koerdistan, geen somber boek. De hoofdpersoon Tara ontmoet veel krachtige, zelfbewuste en optimistische mensen. Er wordt ook gelachen, gezongen en de mensen vertellen elkaar spannende verhalen. Ze ontmoet ook veel vriendelijkheid en solidariteit, en dat maakt het verhaal geloofwaardig en acceptabel.
De schrijfster is niet alleen goed op de hoogte van de situatie ter plaatse maar ook van de leefwereld van onze westerse 12-plussers. De beschrijving aan het begin van de activiteiten van Tara en haar hartsvriendin Leila, hun lessen op school, het gegiechel, en gepraat over filmposters en videobandjes geven het verhaal een levensechtheid die zeer herkenbaar is. Het is ook zeer te prijzen dat het boek geen enkele stereotype beschrijving geeft van een islamitische samenleving; integendeel. Het is de beschrijving van een modern islamitisch gezin, met een moeder die de kinderen met huiswerk helpt, ouders die onderwijs en ontwikkeling belangrijk vinden, en willen dat hun kinderen gaan studeren.
Het blijft zijn geloofwaardigheid houden omdat het geen slot heeft van eind-goed-al-goed. Het lot van de broer van Tara blijft onzeker en onduidelijk, haar zusje herinnert zich Koerdistan nauwelijks meer, terwijl zij zelf een knagend verlangen om terug te keren houdt.

Vertaling
Tot slot: het boek is prachtig vertaald. Alle literatuur staat of valt met de vertaling schreef C. Nooteboom onlangs. Dat geldt zeker voor jeugdliteratuur. Kinderen worden aangesproken door direct en eigentijds taalgebruik. Het boek is deskundig vertaald en door de flexibele taalbeheersing van de vertaalster, maakt het boek nergens een gekunstelde indruk. Juist dat maakt het toegankelijk en zorgt ervoor dat het de Nederlandse jongeren aanspreekt en boeit.

Door het lezen van Wij zijn Koerdistan kunnen jeugdige lezers en lezeressen een goed beeld krijgen van de complexe politieke problematiek in het Midden Oosten. Het draagt bij tot meer begrip van de positie van minderheden en in het bijzonder van het lot van de Koerden.


De jury van de Glazen Globe 1991/1992

Jet Boeke
Trudy Elsenaar
Joke Linders
Joke Roelofs
Ursula van der Tak


ELIZABETH LAIRD
Elizabeth Laird was born in New Zealand in 1943, the fourth of a family of five. In 1945, she moved with her parents to London, where her father became General Secretary of the Scripture Union. When she was three, another child was born. Alistair suffered from hydracephalous (water on the brain). He lived for three and a half years, and died when Elizabeth was seven. His short life and death drew the family close together, and was an especially important experience for Margaret, the oldest daughter in the family, who was thirteen when he died.

Elizabeth went to Croydon High School for Girls, and after taking A levels, she joined Voluntary Sevice Overseas and went to Malaysia in 1962. She worked in a girls' boarding school, and visiting the country until she went to Bristol University to gain a first class degree in French.

Her experience in Malaysia had given her a taste for travel, so Elizabeth did a course in Teaching English as a Foreign Language at the University of London. At the end of it she was offered five jobs, in Uganda, Calcutta, Jordan, Ethiopia and Mexico. She chose to go to Ethiopia. She stayed there for two years, teaching in a demonstration school attached to the University of Addis Ababa.

Returning to England she studied for a Master of Literature in Applied Linguistics and took a job in Southall teaching English to Punjabi immigrants in an industrial language scheme. Since then Elizabeth had travelled extensively around the Gujerat and Punjab in India and it was during her second trip to India that she met her husband, David McDowall, then a British Council employee and now working freelance for Oxford and other voluntary organisations. They have lived in Baghdad, Beirut, Vienna (where their son William was born) but finally settled in Richmond.

Elizabeth now writes books for both adults and children among these the best selling THE MIRACLE CHILD and THE ROAD TO BETHLEHEM - both based on Ethiopian legends - the royalties of both books went to Oxfam's famine relief programma in Ethiopia. She enjoys the close community life of children, friends and neighbours and runs the Sunday School at Church.