Juryrapport 1999-2000
KOFI EEN KONINGSKIND van Liesbeth Ruben en Babette van Ogtrop
Het museumboek behorend bij de tentoonstelling Paleisgeheimen in het Kindermuseum van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Amsterdam: KIT Publishers, December 2000
ISBN 90-6832-196-X
Het verhaal
Het verhaal heeft een aantal lagen; het is opgebouwd uit de verschillende perioden uit het leven van de hoofdpersoon Kofi, een jongen uit Ghana, die door zijn grootmoeder wordt opgevoed in de stijl en traditie van de Oyoko, de clan van de Ashanti van de koninklijke familie.
De grote rol die zijn grootmoeder in zijn leven gespeeld heeft en nog speelt is een rode draad door het hele boek. Niet alleen dat ze er blijkbaar altijd was, ze vertelde ook verhalen in de traditie van de koningsclan. Het boek begint met (hoe kan het anders) een Anansi-verhaal. Dat verhaal wordt niet alleen in de traditionele verhaaltrant opgeschreven, maar ook geïllustreerd aan de hand van prachtige foto's die het heel beeldend maken. Ook liedjes maken deel uit van het verhaal. De verhalen van zijn grootmoeder beginnen steeds hetzelfde en eindigen ook steeds met de traditionele afsluiting: 'misschien vind je het mooi, misschien vind je het niet mooi, neem er iets van mee en laat iets terugkomen naar mij'.
Het is het verhaal van een socialisatieproces, een training voor het leven, waarin Kofi bijvoorbeeld leert niet bang te zijn. Daarvoor maakt zijn grootmoeder hem midden in de nacht wakker en vertelt enge verhalen. Maar zij vertelt ook gelijkenissen over wie de heerser van het bos zal zijn; niet de kapokboom, niet de palmboom, maar het gras dat flexibel is, overal kan groeien en mens en dier tot nut is.
Grootmoeder voedt hem op in de koningstraditie van de Ashanti omdat hij ooit misschien koning zal worden. Maar na een bezoek aan de koning, die geleefd wordt door de tradities en de rituelen, stelt hij vast dat het koningschap niets voor hem is.
Zij vertelt ook echte geschiedenis; het relaas van de slavernij, de slavenhandel en de deportatie.
Het verhaal neemt een wending als Kofi van school komt, naar Europa vertrekt en in Nederland bedrijfskunde gaat studeren. Hier komt hij in een samenleving waar de mensen nauwelijks weten waar Ghana ligt en niet op de hoogte zijn van de koninklijke familie waartoe hij behoort. De meeste Nederlanders denken dat hij uit Suriname komt. Er wordt verder niet vertelt of hem dat ook stoort.
Hij trouwt en krijgt kinderen en lijkt het leven in Nederland prettig te vinden, afgezien van het winterweer, waardoor hij bevroren voeten krijgt. Op dat moment weet hij dat hij zeker niet gevraagd zal worden om de Ashanti koning op te volgen. Een koning moet heel zijn heeft zijn grootmoeder gezegd.
Dan belt zijn grootmoeder uit Ghana om te vertellen dat de koning Otumfuo is overleden. Zij is verbaasd dat hij dat al op internet heeft gezien. Het is duidelijk dat dan de traditie ingehaald wordt door de moderne communicatiemiddelen.
Kofi gaat naar de begrafenis van de koning en moet zijn grootmoeder, die dat zelf niet meer kan bijwonen, vertellen hoe het was. Hij doet dan, op dezelfde traditionele wijze als hij van zijn grootmoeder geleerd heeft, verslag van de rouw - en begrafenisrituelen.
Ook dat wordt met prachtige foto's geïllustreerd. Met evenveel ritueel wordt een nieuwe koning aangewezen. Kofi gaat terug naar huis naar Nederland.
Maar dan blijkt het verhaal nog niet uit. Onderweg in het vliegtuig komt hij Roy Korendijk, een jongen uit Suriname tegen. Deze wil een film maken over de geschiedenis van zijn Afrikaanse voorouders. Wat verbitterd praat Roy over het wegvoeren van de slaven. Kofi vertelt hem dan een versje dat hij van zijn grootmoeder heeft geleerd over het Ghanese volk, dat net als de spin Anansi overal ter wereld is terecht gekomen. Er zijn echter altijd draden om vast te grijpen, te laten liggen en los te laten. Roy herkent daarin de verhalen die hijzelf van zijn grootmoeder heeft gehoord.
Waarom gaat de Glazen Globe naar KOFI HET KONINGSKIND?
Het boek is erg aantrekkelijk en bovendien is de achtergrondinformatie met veel zorg, kennis en liefde voor de Ashanti en hun cultuur geschreven. De stijl is poëtisch beeldend en vol symboliek en met een buitengewoon taalgebruik. Zo staat er bijvoorbeeld bij het begrafenisritueel: 'Zij dansten bewegingen van groot verdriet'.
Het verhaal wordt voor kinderen extra duidelijk gemaakt doordat aan het eind van elk deel als het ware een samenvatting wordt gegeven met foto's en een enkele zin. Die foto's geven details en die zijn in het verhaal ook allemaal belangrijk. Ook de gedichten en liedjes maken het levendig en geven een indrukwekkende weergave van de grote traditie van de Ashanti.
Het is realistisch waar het over het heden gaat, in Nederland met kennissen uit Ghana die op de automarkt in Utrecht staan. Met veel leuke woordspelingen ook: de spin Anansi in zijn wereld wijde web.
Het is een boek waarin de culturele achtergrond van de Ashanti en in hun woongebied centraal staat en dat een prachtig beeld geeft van een socialisatieproces. Het maakt kinderen toeschouwer en deelnemer in deze rijke culturele tradities en het geeft aan hoezeer ieder met draden aan zijn cultuur en zijn verleden vastzit.
Het is bovendien een boekje dat gepresenteerd is als een eigen boek, als een bezit voor kinderen.
Er is een uitstekend werkboek met achtergrond informatie bij de tentoonstelling, gedegen materiaal op een systematische manier gerangschikt. De kinderen kunnen ook meespelen op de tentoonstelling en dat maakt het geheel erg beeldend.
Het is door het verhaal, door de tekst en de lay-out, de foto's en de tentoonstelling een prachtige afwisseling van verhalen, lotgevallen van de Ashanti, van grote mensen taal en taal voor kinderen zoals in de liedjes. Het verhaal eindigt net zoals het begint met Anansi die alleen in wijsheid overtroffen wordt door grootmoeders.
De jury van de Glazen Globe:
Jet Boeke
Trudy Elsenaar
Ans Meens
Ursula van der Tak
Marca Wolfensberger

